BGA  |   Artikelen  |   Discussie  |   Reactie  |   Over BGA  |   Boeken  |   Links  |   Engels (English)

VERSLAG CONGRES OVER DE HISTORICITEIT VAN DAVID EN SALOMO
 

WAREN DAVID EN SALOMO SLECHTS HOOFDEN VAN EEN GEBIED ROND JERUZALEM?
 

WAT KUNNEN WE OVER DEZE VRAGEN CONCLUDEREN UIT OPGRAVINGEN?

Naar aanleiding van de bestseller ‘De Bijbel  als Mythe’ van de Israëlische archeoloog I. Finkelstein werd door de Stichting Bijbel, Geschiedenis en Archeologie (BGA, bga@bga.nl), uitgeefster van het gelijknamige tijdschrift, op zaterdag 14 april een Congres belegd. Finkelstein voert  tal van argumenten aan die de betrouwbaarheid van de Bijbel ondermijnen en wereldwijd geloven velen hem. Sprekers waren drs. J.G. van der Land, eindredacteur van BGA, en dr. M.J. Paul, docent Oude Testament aan de Christelijke Hogeschool Ede en hoogleraar aan de Evangelische Faculteit te Leuven.

Finkelstein ontkent dat David en Salomo (ca. 1000-930 v. C.) regeerden over een groot rijk. Hij gebruikt veel argumenten ontleend aan archeologisch onderzoek. Volgens hem telde het heuvelland van Juda slechts een bevolking van een paar duizend mensen. Dat is onvoldoende als basis voor de grote veroveringen die in de Bijbel aan David worden toegeschreven en voor het besturen van een groot rijk dat zich uitstrekte van de Rode Zee tot Syrië in het noorden en tot aan de Eufraat.  David en Salomo worden niet genoemd in één van de inscripties die gevonden zijn in Egypte of Mesopotamië. Volgens Finkelstein was Jeruzalem in de tijd van David en Salomo geen ommuurde stad, maar een onbetekenend dorpje en was David slechts een bendeleider. Finkelstein bepleit een verschuiving van het aardewerk van de tiende eeuw naar de negende eeuw v. C., zodat de lagen van de tijd van Salomo met de grote poort-gebouwen in Hazor, Megiddo en Gezer naar de eeuw na Salomo verhuizen. De tijd van Salomo zou dan de tijd zijn van een laag met armoedige omstandigheden.

Drs. Van der Land toonde aan de hand van bronnen uit die tijd aan dat David juist rond 1000 v. C. grote veroveringen kon maken omdat de grote rijken Egypte en Assyrië ineengestort waren onder andere door veranderingen in het klimaat in het Midden-Oosten, met als gevolg droogte en hongersnood in Mesopotamië. Assyrië stelde in de tijd van David niets voor. Het Assyrische rijk was niet groter dan de provincie Utrecht. Egypte was in twee delen uiteengevallen Uit die tijd zijn nauwelijks inscripties bekend.

De gegevens over veroveringstochten van David tegen de Aramese staten, beschreven in 2 Samuel 8 en 10, zijn in overeenstemming met wat we weten uit eigentijdse bronnen over de Aramese rijken. De verschuiving van het aardewerk uit de tijd van David en Salomo naar een eeuw later wordt door bekwame archeologen als A. Mazar en A. Ben Tor bestreden en is ook in strijd met van C14 dateringen. Uit opgravingen bleek dat in de tiende eeuw v. C.  ten zuiden van Beth Sean de vrij grote stad Rehov lag. Deze stad werd verwoest door farao Sisak, kort na de dood van Salomo. C14 dateringen toonden aan dat Rehov  in de tiende eeuw v. C,  een bloeiende stad was.  Toch blijven Bijbelkritische archeologen Finkelsteins aanvallen op de Bijbel verdedigen.

Dr. Paul toonde aan dat Jeruzalem in de veertiende eeuw v. C. al een invloedrijke plaats, zoals blijkt uit verschillende Amarna-brieven, die de bestuurder van het toenmalige Jeruzalem stuurde aan de farao van Egypte. Het was een kleine stad van slechts 2 ha, maar wel een sterke vesting. De laatste jaren is door archeologisch onderzoek duidelijk geworden dat de Gihonbron door torens werd verdedigd en niet buiten de stad lag.

De archeologe Eilat Mazar heeft kortgeleden ten noorden van de oude stad, die door David veroverd werd, de fundamenten opgegraven van een groot gebouw dat dateert uit de tiende eeuw v. C. . Ze vermoedt dat het de fundamenten van het paleis van David zijn. De gegevens over het gebouw zijn nog zeer recent en het onderzoek is nog in volle gang.

Finkelstein is er niet van overtuigd dat het gebouw dateert uit de tiende eeuw. Volgens hem dateert het uit de negende eeuw v. C. en is het een kopie van een bestuurderscentrum in Samaria. Hier blijkt hoe belangrijk de persoonlijke overtuiging is van mensen.

Er komen steeds meer bewijzen dat de theorieën van Finkelstein onhoudbaar zijn. Zo werd tot voor kort in brede kring beweerd dat Edom, in tegenstelling tot wat uit de Bijbel blijkt, pas eeuwen na koning David een staat van enige betekenis werd. Recente opgravingen leverden een beeld op dat  al tijdens David een goed gestructureerde staat Edom bestond met een grote koper-productie en dat het daarom ook aannemelijk is dat David daar zware gevechten heeft gevoerd.

Conclusie van het Congres: We moeten de Bijbelkritische theologen en archeologen die met schijnbaar juist lijkende beweringen komen, niet direct geloven, maar de zaken eerst grondig onderzoeken en daarvoor is tijd nodig.

ACHTERGROND VAN HET THEMA

Over de omvang en de rijkdom van het machtige Verenigd Koninkrijk Israël (1004‑930 v. C.) waarover David en Salomo regeerden en dat volgens gegevens in Bijbel na de veldtochten van David reikte tot aan de Eufraat, bestaat bij vele archeologen en theologen de laatste jaren veel twijfel. Heeft David inderdaad veldtochten gemaakt tot aan de Eufraat en over zo'n groot rijk geregeerd? Is de grote rijkdom van Salomo werkelijkheid geweest? Dateren de grote bouwwerken waarvan in Hazor, Megiddo en Gezer de fundamenten blootgelegd zijn, inderdaad uit de tiende eeuw v. C., en zijn ze in opdracht van koning Salomo (1 Kon. 9:15) gebouwd of stammen ze uit de negende eeuw v. C., zoals de Israëlische archeoloog prof. I. Finkelstein stelt?

MINIMALISTEN

Minimalisten, geleerden die zeer sceptisch zijn ten aanzien van de historische betrouwbaarheid van het Oude Testament, stellen dat niet alleen de verhalen over de aartsvaders en de Uittocht uit Egypte en de Intocht in Kanaän verzinsels zijn, maar ook de hoofdstukken over de koningen David en Salomo. Ze zouden verzonnen zijn door Perzische en Hellenistische schrijvers (na circa 400 v. C.).

Informatie over BGA: website www.bga.nl 

U kunt een nummer van maart 2007 bestellen met een artikel over de koningin van Scheba die een bezoek bracht aan Salomo. Archeologisch onderzoek bracht gegevens aan het licht over Scheba die in overeenstemming zijn met feiten uit het verhaal over deze koningin in 1 Koningen 10. Dit wordt behandeld in dit nummer. Te bestellen door € 1.- over te maken o.v.v: nr. maart 2007.

Het themanummer van december 2007 over de historische betrouwbaarheid van de gegevens in het Bijbelboek 1 Koningen over het rijk van David en Salomo is ook te bestellen voor € 1.-,
O.v.v. nr. december 2008.

Girorekening 1.374.415 van BGA te Kampen

 

Laatste wijziging: 30 december 2010


  BGA  |   Artikelen  |   Discussie  |   Reactie  |   Over BGA  |   Boeken  |   Links  |   Engels (English)

Copyright © 1999 Stichting Bijbel, Geschiedenis en Archeologie